Home Over onze gemeente Nieuws Activiteiten + Agenda De Schakel Zending Contact

Artikel 11 - Toekomstverwachting

Wat zegt Jezus over onze toekomst?

Joh. 5:24 - 29: “Waarachtig, ik (Jezus) verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven. Ik verzeker u: er komt een tijd, en het is nu al zover, dat de doden de stem van Gods Zoon zullen horen en dat wie hem horen, zullen leven. Zoals de Vader leven heeft in zichzelf, zo heeft ook de Zoon leven in zichzelf; dat heeft de Vader hem gegeven. En omdat hij de Mensenzoon is, heeft hij hem ook gezag gegeven om het oordeel te vellen. Wees hierover niet verwonderd, er komt een moment waarop alle doden zijn stem zullen horen en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden”.

De bazuin zal klinken

We hebben op aarde onze verantwoording als dienstknechten van God. Maar met Paulus mogen we uitzien naar de dag van onze verlossing als de bazuin zal klinken.

(Paulus)
1 Kor. 15:51-52: “Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden,  in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen”.

De bazuin die hier genoemd wordt kan niet slaan op de bazuinoordelen van Openbaring 8 en 9 die ons midden in de Grote Verdrukking zouden plaatsen. Het boek Openbaringen is geschreven na de brief aan de Korintiërs die dus helemaal niets afwisten van de bazuinoordelen. In Numeri lezen we over bazuinen die werden geblazen als men verder ging trekken. Er waren er altijd twee: de eerste om te dienen tot ‘het samenroepen van de vergadering’ en de tweede tot ‘het opbreken van de legerplaatsen‘. Wij moeten altijd klaar zijn voor de komst van de Heer voor zijn Gemeente.

1 Tess. 4:13,14: “Broeders en zusters, wij willen u niet in het ongewisse laten over de doden, zodat u niet hoeft te treuren, zoals zij die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en is opgestaan, moeten wij ook geloven dat God door Jezus de doden naar zich toe zal leiden, samen met Jezus zelf. 16: Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. (tweede komst van Christus) Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, 17: en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn”.

Opgenomen om te kunnen afdalen

Het zijn bij de Heer is geen ‘zalig niets doen’. Mensen hebben vaak de gedachte dat de hemel een plaats is waar we de tijd alleen maar doorbrengen met zalig niets doen. Maar een eeuwigheid niets doen lijkt niet erg aantrekkelijk. In Openbaring lezen we trouwens dat het druk is in de hemel. We moeten ook aannemen dat de opgenomen gemeente een rol speelt met betrekking tot het eindtijd gebeuren dat zich tijdens haar afwezigheid op de aarde afspeelt. In Openb. 4:4, 10 zijn de oudsten aan het werk. Zij werpen zich neer voor hem die op de troon zit, en aanbidden hem.

Openb. 19:7: “Laten we blij zijn en jubelen, laten we hem de eer geven! Want de bruiloft van het lam is gekomen en zijn bruid staat klaar”. (NBG: zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt)

Deze laatste vermelding zou kunnen inhouden dat er in de hemel de nodige instructie plaatsvindt voor de regerende taken die de gemeente krijgt toebedeeld op de nieuwe aarde.

2 Tim 2:12: “…als wij volharden, zullen we ook met hem heersen…

Openb. 5:9,10: “U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken. Want u bent geslacht en met uw bloed hebt u voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal. U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde”.

Openb. 20:4b: “… Het zijn de zielen van hen die onthoofd waren omdat ze van Jezus hadden getuigd en over God hadden gesproken…. Zij waren tot leven gekomen en heersten duizend jaar lang samen met de messias”.

Om straks voldoende bruikbaar te zijn, zullen we ernst moeten nemen met het leven dat we hier voor de Heer leven. Er liggen de opgenomen gemeente dus taken te wachten waarmee pas begonnen kan worden als Christus de zaken hier op aarde in handen heeft genomen. Daarvoor is het nodig dat zowel Jezus als de gemeente weer afdalen naar de aarde.

De afdaling

Wat er dan gaat gebeuren is wat de wereld zal gaan ervaren als de wederkomst van Christus (de 3e). De opname van de gemeente vond plaats bij de 2e wederkomst van Christus voor de gelovigen. Deze wederkomst van Christus met zijn gemeente zal zichtbaar zijn voor iedereen:

Zach. 14:5b: “En de HEER, mijn God, zal verschijnen met al de zijnen”. (op de Olijfberg)

Openb. 19:14: “De hemelse legermacht, gekleed in zuiver, wit linnen, volgde hem op witte paarden”.

Het Duizendjarig vrederijk (Millennium = periode van duizend jaar)

De heiligen die met Jezus terugkomen op aarde, hebben verheerlijkte lichamen en zijn dus duidelijk te onderscheiden van de volken die zich dan op de aarde bevinden. Deze volkeren zijn zij die de eindoordelen en de slag bij Armageddon overleven. Niet iedereen is opgetrokken naar Armageddon (meeste vrouwen, kinderen en bejaarden). De overlevenden blijven achter in een onvoorstelbare chaos, maar op de puinhopen van deze beschaving richt de Heer een nieuwe wereld op, waar men opnieuw moet gaan leren leven. God wil graag dat ook de volkeren Hem vrijwillig dienen en over het algemeen zal dat volgens de O.T. profetieën het geval zijn.

De dan levende leden van het Joodse volk zullen massaal tot bekering komen. De gemeente vormt dan het hemelse volk van God, Israël het aardse.

Zach. 8:20-23: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Er zullen opnieuw mensen komen uit allerlei landen en steden. De inwoners van de ene stad zullen naar de volgende stad gaan en zeggen: ‘Ga met ons mee. Wij zijn op weg om eer te bewijzen aan de HEER van de hemelse machten en zijn gunst af te smeken’. Grote en machtige volken zullen naar Jeruzalem komen om daar de HEER van de hemelse machten te vereren en zijn gunst af te smeken. En dit zegt de HEER van de hemelse machten: Als die tijd is gekomen, zullen tien mannen uit volken met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: ‘Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is’.”

De Bijbel laat ons zien hoe de situatie op aarde zijn zal:

  • Er is een blijvende toestand van vrede onder de heerschappij van de Vredevorst (Jes. 2:4; 9:4-7)
  • Er is geen onderdrukking meer (Jes. 9:4; 14:3-6)
  • Het is een vreugdevolle tijd (Jes. 9:2; 12:3-6; 14:7-8; 35:10)
  • De bijbelse begrippen van heiligheid en reinheid gelden voor de hele samenleving in de volle betekenis (Jes. 4:3; Ez. 36:24-31)
  • Recht en gerechtigheid worden door de Heer volkomen toegepast (Jes. 9:6; 11:5)
  • De volken zullen eindelijk aan de Heer vragen om hen te leren welke wegen zij moeten bewandelen. Van Sion gaat de wet uit en het Woord van de Heer uit Jeruzalem. De aarde is vol van de kennis van de Heer (Jes. 2:2-4 en 11:9)
  • Aan de vervloeking van de aardbodem komt een einde. Flora en fauna herstellen zich in de oude paradijstoestand (Gen. 3:17-19; Jes. 11:6-9; 35:1-9; 65:25; 30:26; 60:19-20)
  • Er is geen ziekte meer. Blinden gaan zien, doven gaan horen, stommen gaan spreken, lammen gaan lopen (Jes. 33:24; Jer. 30:17; Jes. 35:5-6; 61:1-2)
  • De mensen komen, zoals voor de zondvloed, tot hoge ouderdom. Iemand van 100 jaar heet nog jongeling (Jes. 65:20-22)
  • Er vindt voorplanting van het menselijk geslacht plaats; er worden kinderen geboren (Jes. 65:23)
  • Er wordt werk verricht. De mens zal de volle vrucht van zijn arbeid genieten. De oogsten zijn overvloedig (Jes. 62:8,9; 30:23-24; 65:21-22).
  • Deze situatie wordt gezien als een inleiding op de eeuwige toestand. De principes van het Millennium gelden in grote lijnen ook voor een verdere toekomst (Joël 3:20; Amos 9:15; Ez. 43:7-9; Hosea 2:18-19)

Bronvermelding
‘Geloof om op te bouwen’ door J.W. Embregts
Bijbel (NBV)