Wie is Jezus nu eigenlijk? We kennen Hem als God en als de vleesgeworden Zoon van God. Wij zijn misschien meer geneigd om aan Jezus te denken zoals Hij hier op aarde rondwandelde dan aan Jezus in zijn hemelse heerlijkheid. We gaan aan de hand van bijbelteksten bestuderen hoe Hij in het Woord van God, de bijbel, aan ons overkomt.
Wij geloven in Jezus Christus, de eerstgeborene der ganse schepping:
Col. 1:15-18: “Beeld van God, de onzichtbare, is hij, eerstgeborene van heel de schepping: in hem is alles geschapen, alles in de hemel en alles op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten, alles is door hem en voor hem geschapen. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem. Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk. Oorsprong is hij, eerstgeborene van de doden, om in alles de eerste te zijn...”
Eerstgeborene geeft verschillende dingen aan. In de eerste plaats geeft het geen volgorde maar rangorde aan. Hij is niet Degene die het eerst “geboren” is, maar Degene die op de eerste plaats staat van degenen die geboren zijn. Het begrip geboren zijn slaat niet op een geboorte als God, want God heeft altijd bestaan. En de Zoon van God heeft ook altijd bestaan. Nee, dat geboren zijn slaat op Zijn geboorte in het vlees, toen Hij door de Heilige Geest in Maria verwekt werd. Toch hebben alle dingen hun ontstaan in Hem, zowel letterlijk in de schepping als geestelijk in de wedergeboorte. Het tweede eerstgeborene (uit de doden) duidt aan dat Hij de eerste was, die nadat Hij door mensen gekruisigd en begraven was, uit de dood opstond.
Pre-existentie (bestaan vóór de schepping van de wereld)
De Zoon van God heeft ook altijd bestaan. Gen. 1:26: “God zei: Laten wij mensen maken”. Zie ook Col. 1: “Hij bestaat vóór alles....”
Joh. 1:1-3 “In het begin was het woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat”.
Wij geloven in: ...eniggeboren zoon van de levende God
Joh. 1:14: “Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader”.
Joh. 3:16: “God had de wereld zo lief, dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”.
Wie is Jezus? De eniggeboren Zoon van de levende God, onze Heer en Verlosser
Matt 16:16: “Toen vroeg hij hun: “En wie ben ik volgens jullie?” “U bent de messias, de Zoon van de levende God,” antwoordde Simon Petrus.
Maagdelijke geboorte
Matt. 1:20; 23: “... De engel zei: “Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de Heilige Geest”. De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren...”
Luc. 1:35: “Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God”.
Het was de wil van God, dat Zijn Zoon voor de verlossing van de wereld het gehele menselijke bestaan doorlopen zou, om dit bestaan ook helemaal als mens te beleven. De enige manier om dit te kunnen verwezenlijken was dat Hij als een mensenkind geboren zou worden en daardoor behalve Zoon van God (Joh. 1:34) ook de Mensenzoon (Joh. 1:52) zou worden.
Als Hij alleen uit de mens geboren zou worden, dan had Hij nooit de macht van de zonde kunnen verbreken. Er mocht dan ook geen man aan te pas komen om een kind te verwekken, maar het zou door rechtstreeks ingrijpen van God Zelf moeten gebeuren en tegelijk moeten inpassen in de goede moraal van die tijd. Een geboorte buiten een huwelijksrelatie zou ontucht hebben betekend. Jozef had er daarom wel moeite mee, toen zijn vrouw Maria zwanger bleek te zijn. Daarom moest er een engel aan te pas komen om hem te vertellen hoe de vork in de steel zat. Jezus is dus wel in het vlees geboren, maar niet door het vlees verwekt. Islamieten zitten met dit grote misverstand dat God een Zoon zou hebben die langs vleselijke weg verwekt zou zijn. Jezus was Mensenzoon, Hij was in alle dingen gelijk als wij, maar daarbij zondigde Hij niet.
Hebr. 7:26: “Een hogepriester als hij hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven”.
1 Petr. 2:22, 23: “die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan hem die rechtvaardig oordeelt”.
Lijden – kruisiging - sterven – begrafenis van Jezus (Joh. 19:15,16 en 30)
Dit vinden we allemaal terug in de evangeliën. Veel mensen geloven ook dat dit gebeurd is. Bach schreef de Matteus Passion, heel beroemd en beluisterd door heel veel mensen. Alleen eindigt deze met de begrafenis van Jezus.
Opstanding uit de dood
Dit heeft men vanaf het begin willen ontkennen. De Joodse Raad bediende zich van leugens Matt. 28:11-15, maar de bijbel voert overtuigende bewijzen aan dat het graf Hem niet heeft kunnen houden:
1 Cor. 15:3-8: “...dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was”.
Matt. 28:6: “Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft”. (Luc. 24:6)
Hand. 4:33: “De apostelen bleven met grote kracht getuigen van de opstanding van de Heer Jezus, en God begunstigde allen rijkelijk”.
Zijn verhoging aan de rechterhand van God
In de hoofdstukken 14, 15 en 16 van het Johannes evangelie heeft de Heer Jezus op verscheidene manieren aangekondigd dat Hij deze aarde weer zou verlaten om terug te gaan tot de Vader.
Joh. 14:2-3: “Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben”.
Marc. 16:19: “Nadat hij dit tegen hen had gezegd, werd de Heer Jezus in de hemel opgenomen en nam hij plaats aan de rechterhand van God”.
Hebr. 10:12: “... terwijl hij, na zijn eenmalig offer voor de zonden, voorgoed zijn plaats aan Gods rechterhand heeft ingenomen...”
Hebr. 1:3,4: “In hem schittert Gods luister, hij is zijn evenbeeld, hij draagt de schepping met zijn machtig woord; hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit, ver verheven boven de engelen omdat hij een eerbiedwaardiger naam heeft ontvangen dan zij”.
Bekleed met alle macht in hemel en op aarde
Na zijn opstanding bevestigde Jezus hersteld te zijn in zijn almacht:
Matt. 28:18: “Jezus kwam op hen toe en zei: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde”.
Bronvermelding
‘Geloof om op te bouwen’ door J.W. Embregts
Bijbel (NBV)