Home Over onze gemeente Nieuws Activiteiten + Agenda De Schakel Zending Contact

Artikel 3 - Jezus Christus, Zijn werk

Gods wil doen - bekendmaken

Joh. 4:34: “Maar Jezus zei: “Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien”.

Luc. 4:18-21: “De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen”. Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht. Hij zei tegen hen: “Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan”. (aanhaling uit Jesaja)

Hand. 10:38: “…hoe God… Jezus uit Nazaret met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij”.

Verzoening en verlossing

Rom. 5:11: “En meer nog, dat wij God prijzen danken we aan onze Heer Jezus Christus, door wie we nu al met God zijn verzoend”.

1 Joh. 2:2: “Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld”.

Hebr. 9:11, 12: “Christus daarentegen is aangetreden als hogepriester van al het goede dat ons is toebedacht: hij is door een indrukwekkender en volmaakter tent – die niet door mensenhanden gemaakt is en niet behoort tot onze schepping – voor eens en altijd het hemelse heiligdom binnengegaan, en dan niet met bloed van bokken en jonge stieren maar met zijn eigen bloed. Zo heeft hij een eeuwige verlossing verworven”.

Hebr. 5:9: “En toen hij naar de uiteindelijke volmaaktheid gevoerd was, werd hij voor allen die hem gehoorzamen een bron van eeuwige redding…”

Rechtvaardig oordeel

Hand. 17:30, 31: “God slaat echter geen acht op de tijd waarin men hem niet kende, maar roept nu overal de mensen op om een nieuw leven te beginnen, want hij heeft bepaald dat er een dag komt waarop hij een rechtvaardig oordeel over de mensheid zal laten vellen door een man die hij voor dat doel heeft aangewezen. Het bewijs dat het om deze man gaat, heeft hij geleverd door hem uit de dood te doen opstaan”.

2 Kor. 5:10: “Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht”.

Niets kan ons van Hem scheiden (eeuwig leven)

Rom. 8:38, 39: “Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer”.

Joh. 5:24: “Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven”.

Pleitbezorger

1 Joh. 2:1, 2: “Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld”.

Rom. 8:34: “Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons”.

1 Tim. 2:5, 6: “Er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd”.

Niet mijn wil

Jezus was op aarde in alles volkomen gericht op de wil van zijn Vader. Het was zijn diepste verlangen om zijn Vader te gehoorzamen. Jezus zegt nadrukkelijk in de bijbel dat de Vader Hem zond en dat Hij de wil van de Vader doet en Vaders woorden spreekt en Vaders daden doet. We kunnen ons er over verwonderen: Die Twee zijn echt Een! Als we de Zoon zien en horen, horen en zien we zijn Vader. Jezus doet niet met tegenzin wat zijn Vader wil. Hij spreekt er zelf over hoe heerlijk Hij het vindt om Hem te gehoorzamen: “Mijn spijze is de wil te doen desgenen, die Mij gezonden heeft, en zijn werk te volbrengen”. Joh. 4:34.

Je zou je kunnen afvragen: Als Jezus dan zo volkomen op de Vader is geconcentreerd, moeten wij dat dan ook niet zijn? Waarom zouden wij ons meer moeten concentreren op Jezus? Doet dat niet tekort aan de Vader?

Abba, Vader

Een van de belangrijkste dingen die Jezus op aarde deed, was bidden. Hij moest voortdurend in contact staan met zijn Vader in de hemel. Alleen door Hem kon Hij zijn werk op aarde aan. Alleen door de voortdurende bemoediging van zijn Vader was Jezus in staat om te doen waarvoor Hij gekomen was; mensen winnen voor het Koninkrijk van de Vader. Daarvoor moest Hij zijn leven geven. Als Jezus bidt, spreekt Hij God aan als zijn Vader. “Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde….” Matt. 11:25. In het hogepriesterlijke gebed zegt Hij “heilige Vader” en “rechtvaardige Vader”. Daaruit spreekt ontzag. Er is tussen Zoon en Vader een ontzaglijke vertrouwelijkheid. Jezus spreekt God ook aan als “Abba”, wat papa betekent. Dit doet Hij op een heel moeilijk moment, in de hof van Getsemane, vlak voor Hij gevangen genomen wordt.

Als er in ons leven lijden is en wij ons leven als een donker dal ervaren of een tunnel zonder licht aan het einde, dan mogen we in Jezus’ naam heel eenvoudig zeggen: “Pappa, zorg voor mij”. En Hij vindt het vast niet erg als we verder gewoon zwijgen.

Pleitbezorger/middelaar

Er zijn gelovigen die zeggen: “omdat Jezus voor onze zonden aan het kruis is gestorven, kunnen wij weer met God omgaan. Op Golgotha is de weg naar het Vaderhuis weer open gegaan”. Hoe waar dat ook is en hoezeer we God ook mogen prijzen omdat Hij door Jezus weer onze God en onze Vader wil zijn, toch klopt dit niet helemaal. Want als je het zo zegt, zoals hierboven verwoord, dan zeg je eigenlijk: “Toen, op Golgotha, waar Jezus stierf, is de weg naar God weer begaanbaar geworden, en daarom kunnen we nu weer rechtstreeks met God omgaan”.

Maar dat kan niet! Wij kunnen niet rechtstreeks met God omgaan. Jezus zegt het zo: “Niemand komt tot de Vader dan door Mij”. Joh 14:6. Dat “door Mij” moet je je eens heel concreet proberen voor te stellen. Bijvoorbeeld zo: als je een huis wilt binnengaan, en dat huis heeft maar één deur, dan is die deur de enige toegang tot dat huis. Niemand komt het huis binnen dan door die ene deur... Nu is het mooi dat Jezus zichzelf ook een keer “de deur” noemt: “Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden” Joh. 10:9.

Dus als wij tot de Vader willen komen, moeten we altijd door de Zoon heengaan! Er is geen andere manier. Dat dat mogelijk is, komt door die eenmalige gebeurtenis op Golgotha, waar Jezus Christus stierf voor onze zonden. Hij kwam, als Middelaar, tussen ons en de Vader in staan om de gebroken omgang weer heel te maken.

Soms hebben twee partijen een conflict (b.v. een arbeidsconflict). Dan wordt er vaak een mediator te hulp geroepen. Deze mediator bemiddelt dan tijdelijk tussen de twee partijen, met de bedoeling dat ze zich verzoenen. En als dat eenmaal gebeurd is, is zijn rol uitgespeeld: hij vertrekt. Weg mediator. Met Jezus is dat niet zo. Hij is niet voor een korte periode de Middelaar geweest tussen de Vader en ons, om vervolgens tussen God en ons weg te stappen. Jezus is en blijft zolang we leven onze Middelaar. Er is altijd maar één manier om de Vader te leren kennen en met Hem om te gaan: door Jezus. Zo heeft de Vader het gewild en zo wil Hij het nog altijd. Het is niet allereerst zo dat we dankzij het volbrachte werk van Christus tot de Vader kunnen komen, maar we komen tot Hem door de Persoon van Christus. Zeker, Hij heeft de gerechtigheid voor ons verworven toen Hij aan het kruis stierf voor onze zonden. Dat was zijn unieke werk. Maar het gaat nu speciaal hierom: Christus is in eigen Persoon onze Gerechtigheid (1 Cor. 1:30). We moeten niet telkens via Golgotha naar God toe, maar via Christus, die op Golgotha onze Gerechtigheid is geworden.

Joh. 14:6: “Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij”.

Bronvermelding
‘Geloof om op te bouwen’ door J.W. Embregts
Bijbel (NBV)