
Brandt het vuur van de Heilige Geest in uw hart? Of is uw hart droog en dor? Voelt u zich warm voor de Heer en heeft u bewogenheid voor de wereld die verloren gaat of bent u koel en zegt het u niets? Bent u enthousiast en blij of ontbreekt het u aan energie en gaan de dagen somber voorbij? Bent u vermoeid, verzwakt of opgebrand? Dan heeft u een nieuwe aanraking nodig van het vuur van de Heilige Geest. Mijn verlangen is dat we allemaal, jong en oud, elke dag tot de Vader zullen gaan om vers en nieuw vuur te ontvangen zodat ons hart zal blijven branden voor Hem! Dat zal dit nieuwe jaar bijzonder maken. Laat u voor het eerst en steeds opnieuw vullen met dat vuur van de Heilige Geest.
Zonder vuur is het onmogelijk om God te aanbidden
Wist u dat men in het Oude Testament God niet naar behoren kon aanbidden zonder vuur? De Israëlieten begrepen het belang en de ernst van het vuur. Het vuur was noodzakelijk om God te kunnen dienen. Het vuur op het koperen brandofferaltaar waarop de priester offerde voor de zonde van de mensen was door God zelf aangestoken. Het altaar bevatte Goddelijk vuur. Met dit vuur was ook het reukofferaltaar aangestoken. De priester nam vier welgeurende stoffen die hij brak en samen wreef en waarvan hij een mengsel maakte. Dit kostbare reukwerk strooide hij op het altaar. De hitte van het vuur wekte de geur van kruiden op. De geur doordrong zijn huid, haar, kleren en vulde de hele tempel. Het was allereerst voor de aanbidding van God bestemd. Zonder vuur geen sterke geur, geen ware aanbidding en konden zij niet tot God naderen. Het vuur op dit aanbiddingsaltaar mocht nooit uitgaan. Maar als het te laag brandde, werd het opnieuw aangestoken met ‘vers vuur’ van het brandofferaltaar, dat God zelf had aangestoken. Vreemd vuur of geen vuur was zondig voor God. Het brandofferaltaar waarop vers vuur brandde is het beeld van het kruis. Bent u voor God en voor de mensen om u heen een ‘Geur van Christus’? 2 Korintiërs 2:15: “Wij zijn de wierook die Christus brandt voor God, zowel onder hen die worden gered als onder hen die verloren gaan.’” Als uw vuur te laag of niet brandt kom dan tot het kruis voor vers, nieuw vuur! God wil uw hart aansteken met Zijn vuur zodat u Hem zult dienen met uw hele hart, ziel en kracht en verstand als een offerande in aanbidding aan Hem.
Vers vuur hebben we steeds weer nodig
Abraham en Isaak gingen de Heer aanbidden, Genesis 22:8: Abraham legde het hout op zijn zoon, maar hij droeg het vuur in zijn hand. Het was geen toeval dat Abraham het vuur droeg. Abraham is het beeld van God en het vuur komt alleen van Hem. Isaak, het beeld van de mens, droeg het hout zoals Jezus het houten kruis voor ons gedragen heeft. ‘We hebben vuur en hout’, zei Isaak. ‘maar waar is het lam voor het offer?’ Abraham antwoordde: ‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’ En God heeft zich zelf voorzien in Jezus Christus als offer voor onze zonde. Zij hadden als vanzelfsprekend het vuur en het hout, maar geen brandoffer. Wij bezitten het offer (Jezus) en het hout (het kruis). Maar hebben we het vuur, dat is de vraag. Is ons hart brandend voor Hem, die gezegd heeft: “Offers en gaven hebt u niet verlangd, maar u hebt mij een Lichaam gegeven,’” Hebreeën 10:5. Is uw hart warm voor Hem die Zijn leven als offer voor u heeft gegeven? Staat uw hart in vuur en vlam voor Jezus die u liefheeft? U bezit Zijn offer en het hout, ontvang ook vers vuur!
Vuur van de hemel
Bij de inwijding van de tempel knielde Salomo neer voor zijn volk en bad een krachtig gebed van vergeving.”Toen Salomo zijn gebed tot de Heer beëindigd had, daalde er vuur uit de hemel neer, dat het brandoffer en de vredeoffers verteerde. De majesteit van de Heer vulde de tempel,” 2 Kronieken 7:1. Vers 3: ’’Alle Israëlieten zagen het vuur en de majesteit van de Heer op de tempel neerdalen. Ze knielden op het plaveisel neer, bogen diep voorover en loofden de Heer: ’Hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw.’ Het vuur kwam, toen de koning en het volk Gods aangezicht zochten en zich verootmoedigden voor Hem. Het vuur was een teken dat God ook het offer van Jezus aanvaardt en daarna het vuur van de Heilige Geest uitstort op diegenen die Zijn aangezicht zoeken met hart en ziel. Johannes heeft hierover gesproken: ‘Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest en met vuur,’ Johannes 3:11b. Op de Pinksterdag, toen de Heilige Geest werd uitgestort: “Verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten,” Handelingen 2:3.
De duivel wil het vuur doven
Brandt uw hart met het zelfde vuur van God of heeft de duivel dit vuur gedoofd met een natte deken van bezorgdheid, drukte, ziekte of zonde? We ‘ervaren’ niet altijd een brandend hart voor Hem. De vijand zal van alles proberen dit vuur te doven. Wat deden de leerlingen (discipelen) twee hoofdstukken verder in Handelingen toen hun verboden werd over Jezus te spreken? De duivel probeerde uit alle macht dit opwekkingsvuur, geboren in Gods tegenwoordigheid, te doven. Dit vuur dat de hele stad in vuur en vlam gezet had. De leerlingen (discipelen) gingen naar hun vrienden en riepen God eensgezind aan....” Toen ze hun gebed beëindigd hadden, begon de plaats waar ze bijeen waren te beven, en allen werden vervuld van de Heilige Geest,” Handelingen 4:31. Het was in het zoeken naar Gods tegenwoordigheid dat zij gedoopt werden met de Heilige Geest en met vuur op de eerste Pinksterdag. Het was in deze zelfde tegenwoordigheid dat zij nieuw en vers uur ontvingen van de Heilige Geest. Opnieuw gedoopt in Gods vuur spraken ze, ondanks alle tegenstand het Woord Gods met vrijmoedigheid. Wat voor doel heeft het vuur in ons leven?
Het vuur reinigt
Vroeger hield men een naald in het vuur om hem te desinfecteren voordat deze werd gebruikt om bijvoorbeeld een splinter te verwijderen. Ook ons werk zal door het vuur aan het licht gebracht worden wat het waard is, 1 Korintiërs 3: 13-15. Al het werk dat met verkeerde en onjuiste motieven en bedoelingen is gedaan, zal in rook opgaan. Wanneer het werk standhoudt door het vuur heen zal het worden beloond, 1 Petrus 1:7: ’’Zo kan de echtheid blijken van uw geloof- zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch in het vuur wordt getoetst- en zo verwerft u lof, eer en roem wanneer Jezus Christus zich zal openbaren.’’
Het vuur geeft licht
“De Heer ging voor hen uit om hun de weg te wijzen, overdag in een wolkkolom, ‘s nachts in een lichtende vuurzuil. Zo konden ze dag en nacht verder trekken. Overdag ging de wolkkolom het volk voortdurend voor, en ‘s nachts de vuurzuil,” Exodus 13:21-22. Het licht van het vuur van de Heilige Geest zal Zijn Woord voor ons verlichten, zodat we ondanks de duisternis in deze tijd door kunnen gaan! Vuur geeft licht en dit maakt dat we kunnen zien. Met dit gezichtsvermogen bepalen en beïnvloeden we de koers van ons leven. Eliza’s dienstknecht zag alleen de vijand waardoor hij door vrees en angst verlamd was. Eliza bad voor hem en toen zag ook hij vurige wagens en paarden. Dit gaf hem moed en kracht om de vijand tegemoet te gaan en hierdoor wist hij wat hij moest doen. “Zonder profetie (openbaring, geestelijk gezichtsvermogen) vervalt het volk in bandeloosheid”, Spreuken 29:18a. Zonder licht kun je niets zien. De mensen die in donkere zonde leven, zien dit soms zelf niet doordat ze geen licht bezitten. God wil vers vuur schenken zodat u licht kunt verspreiden voor diegenen die in duisternis leven. De gemeente van Laodicea dacht dat ze rijk waren en aan niets gebrek hadden. Maar in werkelijkheid waren ze armzalig, berooid, blind en naakt. God zei: “Daarom raad ik u aan: koop van mij goud dat in het vuur gelouterd is, en u zult rijk zijn... en zalf voor uw ogen, zodat u weer kunt zien” Openbaring:3:18. Door het licht van het vuur zien we onze zonden en tekortkomingen; zien we mensen voor eeuwig verloren zijn; zien we Gods doel en wil voor ons leven; zien we het werk dat gedaan moet worden en de mogelijkheid om dit werk uit te voeren. Paulus bad: “Moge de God van de Heer Jezus Christus, de Vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u Hem zult kennen. Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. Die macht was ook werkzaam in Christus toen God hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand,” Efeziërs 1:17-20. Wat ziet u? Ziet u alleen maar moeilijkheden en duisternis om u heen? Of ziet u de hoop in Christus en Zijn heerlijke erfenis? Ziet u hoe overweldigend groot Zijn kracht is die werkzaam is in ons die geloven? Ziet u dat? God wil uw ogen verlichten door de gloed van Zijn vuur opdat u zien zult.
Het vuur steekt aan (is aanstekelijk)
Gas moet met vuur aangestoken worden om te branden. Dit vuur heeft het vermogen om alles om zich heen in vlam te zetten. God Zelf is als een verterend vuur, Hebreeën 12:29. Kom tot hem voor nieuw vuur zodat u met Goddelijk vuur ook anderen kunt aansteken. Vers vuur geeft ook kracht en energie om Gods wil te doen, Efeziërs 3:17-20.
Het vuur verwarmt
Hoe dichter bij het vuur, hoe warmer, zelfs al is het nat, koel en donker om u heen. Laat Hij u aanraken met de liefde van Zijn vuurgloed! Dit is Gods wil voor u en mij. God vermaande de gemeente (kerk) van Laodicea dat ze niet koud waren en niet warm! De mensen waren lauw in hun hart en werken. Ze hadden het reinigend, lichtgevend, aanstekelijk en verwarmend vuur zo nodig voor hun zonde, blindheid en lauwheid. God zei dat hij hen om hun lauwheid zou uitspuwen. De Heer verlangde echter zo naar een warme omgang. Hij gaf de volgende uitnodiging, en deze geldt nog steeds voor u en mij: “Ik sta aan de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met Mij,” Openbaring 3:20.
Is ons hart brandend voor Hem?
De Heer vraagt ook aan ons, aan u en mij: ‘Is uw hart brandend voor Mij?’ Net zoals de priesters zich realiseerden, dat ze zonder vuur God helemaal niet konden dienen, zo moeten wij dat ook doen. Of zoals Isaak zei: ‘We hebben vuur en hout, maar waar is het lam voor het brandoffer? God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’ Dat ook wij Gods stem mogen horen roepen in ons hart: “Ik heb voorzien in het offer en het hout. Maar waar is het vuur dat ik bereid heb?” Laten we God ernstig zoeken om in Zijn tegenwoordigheid te komen, om voor het eerst of opnieuw gedoopt te worden met de Heilige Geest en met Vuur. Brandt dit vuur in uw hart voor Hem?

Gerrit Spreeuwers