Door Betty Hendriksen
Ik ben net terug van een zogenaamde ‘Paulus reis’. We zijn geweest naar al die plaatsen waar Johannes in Openbaring 1 en 2 zijn brieven naar toe moest sturen en waarvan de meeste gemeenten waarschijnlijk door Paulus gesticht zijn. Johannes kreeg deze brieven gedicteerd door de Heer Jezus zelf, en ze zijn dus wel heel belangrijk om je in te verdiepen. Wel heel triest om te constateren dat op de meeste plaatsen alleen ruïnes zijn overgebleven en ook de kerken die er waren zijn verdwenen. Natuurlijk zijn er nog steeds christenen, maar heel erg in de minderheid.
Ik vond het goed om te ontdekken dat het brieven zijn voor alle gemeenten. In iedere brief staat: ‘Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt’. Dus de brief was eerst voor de gemeente aan wie hij geadresseerd was, want er staan heel specifieke dingen in die alleen voor deze gemeente bestemd waren, maar hij werd ook rondgestuurd naar de andere gemeenten en in die zin zijn deze brieven ook voor ons van grote waarde. Wij ontlenen zelfs onze naam aan de gemeente Filadelfia, hetgeen betekent broeder/zusterliefde.
In bijna alle brieven worden de gemeenten eerst bemoedigd. Eerst zegt de Heer Jezus hoe blij hij is met wat ze doen, met hun trouw, hun standvastigheid. Daarna komt dan pas: (niet bij alle gemeenten) ‘dit heb ik tegen u’. Johannes droeg heel zeker deze gemeenten op zijn hart. Hij was bezorgd over hen en wat zal hij voor hen gebeden hebben, want hij zag ook waar het mis ging. Geweldig dat hij in zijn visioen eerst de verheerlijkte Heer Jezus Christus zag, in al zijn glorie en macht.
Johannes moest dus ook opschrijven wat niet goed was in deze gemeenten en reken maar dat het heldere analyses waren. Gelukkig hoefde het daar niet bij te blijven, want na de berisping lezen we steeds: ‘Breek met het leven dat u leidt’. Als ze dat zouden doen dan zouden ze overwinnaar zijn. Aan het einde van iedere brief staat: ‘Wie overwint….. ‘ en dan volgt een geweldige belofte. Dus, het is uitermate belangrijk om te overwinnen! De ene gemeente bedreigen weer andere gevaren en problemen dan de andere, dat geldt net zo goed voor onze gemeente. God zal bijna nooit de problemen wegnemen, maar Jezus zal wel bij je komen in je probleem. Hij is de oplossing, bij hem mag je ook je zorgen over de gemeente brengen.
Het is zo belangrijk om Jezus lief te hebben met je hele hart. De gemeente van Efeze bv. had de liefde van weleer opgegeven. Jezus zegt: ‘Bedenk van welke hoogte u gevallen bent en breek met het leven dat u nu leidt’.
Over de gemeente van Laodicea zegt de Heer Jezus in Openbaring 3 dat ze lauw zijn, ’was u maar koud of warm! Maar nu u lauw bent in plaats van warm of koud, zal ik u uitspuwen.’ Het zal je maar gezegd worden door de Heer Jezus zelf! Hij vervolgt: ‘U zegt dat u rijk bent, dat u alles hebt wat u wilt en niets meer nodig hebt. U beseft niet hoe ongelukkig u bent, hoe armzalig, berooid, blind en naakt. Ze waren blind, maar het ergste was dat ze niet wisten dat ze blind waren. Maar ook voor deze gemeente was er hoop: ‘Daarom raad ik u aan: koop van mij goud dat in het vuur gelouterd is, en u zult rijk zijn; witte kleren om u te kleden en uw naaktheid te bedekken, zodat u zich niet meer hoeft te schamen; zalf voor uw ogen zodat u weer kunt zien’. Dan zouden ze overwinnaar zijn en met Jezus op zijn troon zitten. Het is goed om eens over na te denken, wat de Heer Jezus over onze gemeente zou zeggen en ook te bedenken hoe je persoonlijke wandel met de Heer is. Hoe vurig ben ik? Of ben ik ook lauw?
Trouwens, even leuk om te weten, in Laodicea werd ogenzalf gemaakt, want er leden veel mensen aan ontstoken ogen en er was een medische school in die plaats. En het water in Laodicea was werkelijk lauw, want het kwam van hoger gelegen warme bronnen (ik heb in dat warme, zelfs hete, kalkrijke water gelegen, ze zeggen dat het goed is voor je gezondheid).
Aan het einde van de brief aan de gemeente in Filadelfia staat in Openbaring 3:12: ‘Wie overwint maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan. Ik zal op hem de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen, en ook mijn eigen nieuwe naam’. Stormen, of zelfs een alles verwoestende aardbeving, en die zijn in dat gebied vaak voorgekomen, zullen die zuil niet omver kunnen gooien, hij zal voor altijd blijven staan in de tempel van God. Jezus zegt: ‘Zo’n zuil zul je zijn als je overwint’.
Ik denk dat Johannes blijdschap en verdriet gehad heeft over deze gemeenten, maar zeker voor hen in het gebed heeft gestreden en hen aan God heeft opgedragen. In het oude testament droeg de hogepriester twaalf stenen met de namen van de twaalf stammen op zijn hart. Zo droeg hij het volk op aan God als hij tot God naderde in het allerheiligste. Zo is het ook onze priesterlijke taak om voorbede te doen. Laten wij er ernst mee maken elkaar op te dragen voor de troon van God. En, wat een voorbeeld, wij hebben een grote hogepriester, Jezus Christus, die aan de rechterhand van God zit en voor ons pleit!
Betty Hendriksen